Wanneer spanning in je lichaam normaal begint te voelen

Veel mensen die in de praktijk komen, realiseren zich pas later hoeveel spanning ze eigenlijk al die tijd hebben vastgehouden.

Niet omdat ze het negeren, maar omdat het meestal heel geleidelijk ontstaat. Je went eraan, zonder dat je het echt doorhebt.

Aan een lichaam dat wat stijver aanvoelt dan vroeger. Aan schouders die eigenlijk nooit helemaal ontspannen zijn. Aan een nek die niet meer zo vrij beweegt als eerst. Zolang je nog redelijk kunt functioneren, voelt dat al snel als normaal.

Spanning bouwt zich vaak langzaam op

In de meeste gevallen ontstaat spanning niet ineens. Het bouwt zich op over tijd, door hoe je zit, hoe je beweegt, hoeveel je van jezelf vraagt en hoeveel rust je neemt.

Je lichaam past zich daar voortdurend op aan. Dat is ook precies wat het hoort te doen. Maar als spanning langere tijd aanwezig blijft, kan het zich steeds verder in je lichaam vastzetten, zonder dat je daar bewust bij stilstaat.

Je merkt het vaak pas als er iets verandert

Wat veel mensen herkennen, is dat ze pas doorhebben hoeveel spanning er zat, op het moment dat het begint af te nemen.

Bijvoorbeeld na een behandeling, of wanneer het lichaam weer wat meer ruimte krijgt. Dan hoor ik regelmatig: β€œIk wist niet dat ik zo vast zat,” of: β€œDit voelt eigenlijk pas echt ontspannen.”

Dat contrast maakt het verschil duidelijk. Tot die tijd voelt het gewoon als hoe je lichaam nu eenmaal is.

Het lichaam gaat zich aanpassen aan spanning

Wanneer spanning langer aanwezig is, gaat het lichaam zich daarop instellen.

Spieren blijven wat meer aangespannen, beweging wordt iets beperkter en je houding verandert ongemerkt mee. Omdat dit stap voor stap gebeurt, voelt het steeds vertrouwder.

Je lichaam kiest als het ware voor de manier waarop het nog het beste kan blijven functioneren binnen die spanning. Niet omdat het ideaal is, maar omdat het op dat moment werkt.

Waarom dit invloed heeft op hoe je je voelt

Langdurige spanning hoeft niet altijd direct pijn te doen. Vaak uit het zich subtieler.

Je merkt bijvoorbeeld dat je sneller moe bent, dat je lichaam stijver aanvoelt of dat bewegen minder vanzelf gaat. Soms heb je het gevoel dat je lichaam niet helemaal meewerkt zoals je gewend was.

Juist omdat het zo geleidelijk ontstaat, is het lastig om aan te wijzen wanneer het precies is begonnen.

Wanneer spanning klachten begint te geven

Op een bepaald moment kan het lichaam minder goed omgaan met die opgebouwde spanning.

Dan zie je vaak dat klachten vaker terugkomen, sneller ontstaan of langer blijven hangen. Soms na een drukke periode, maar soms ook zonder duidelijke aanleiding.

Dat betekent meestal niet dat er ineens iets misgaat, maar dat het lichaam al langere tijd onder spanning staat en daar minder goed uit kan herstellen.

Wat helpt om dit te veranderen

De eerste stap is vaak bewust worden van hoe je lichaam op dit moment aanvoelt.

Niet in de zin van constant op je houding letten, maar meer het herkennen van waar je spanning vasthoudt en waar beweging minder vanzelf gaat.

Van daaruit kun je gaan kijken waar het lichaam ruimte mist en waar het steeds moet compenseren. Door die bewegingsvrijheid stap voor stap terug te brengen, kan spanning geleidelijk afnemen.

Wanneer dit herkenbaar is

Misschien herken je dat je lichaam eigenlijk altijd een beetje gespannen aanvoelt, of dat je pas achteraf merkt hoe vast het zat.

Dat ontspanning niet meer vanzelfsprekend is, of dat je lichaam sneller reageert dan vroeger.

In dat geval kan het waardevol zijn om daar eens rustig naar te laten kijken.

Tot slot

Spanning in je lichaam ontstaat vaak zo geleidelijk dat het uiteindelijk normaal begint te voelen.

Maar dat betekent niet dat het ook de natuurlijke staat van je lichaam is.

Wanneer er weer meer ruimte ontstaat, merk je vaak pas hoeveel verschil dat maakt.

Herken je jezelf hierin? Dan kan het helpend zijn om samen te kijken wat er in jouw lichaam speelt. Je bent welkom in de praktijk.

Maak hier een eerste afspraak.

Vorige
Vorige

Waarom rust nemen niet altijd genoeg helpt

Volgende
Volgende

Waarom klachten steeds terugkomen